artikelen over geschiedenis didactiek

Het Adrianus dossier

 

Joris Tulkens.
Het Adrianus Dossier
Sterck & Devreese, 2024, 269 blz.

Het Adrianus dossier

Jos Martens

 

Bijlage 2. Bedevaarten. ‘Homo viator’, de mens als reiziger naar de eeuwigheid
 

Pelgrimage, het reizen met religieuze bedoelingen naar heilige plaatsen is een universeel religieus fenomeen, veel ouder en veel meer verspreid dan het christendom. De pelgrim onderneemt een moeizame tocht ter loutering naar een heilige plaats, om daar zelf geheiligd te worden of ‘verdiensten’ te verwerven voor zichzelf, familieleden, levend of reeds in het hiernamaals. Of voor de persoon, die betaald had om in zijn/haar plaats de moeizame tocht te maken. De enige manier om aan de duivels en de hel te ontkomen, was boete te doen voor bedreven zonden. En op bedevaart trekken was de beste manier daarvoor. Onophoudelijk trokken menigten pelgrims over de wegen, zodra ijs en sneeuw geweken waren, tot laat in de herfst. De mensen wilden lijfelijk de voorspraak van de heiligen inroepen op de plaats zelf waar hun relikwieën lijfelijk aanwezig waren. Zulke plaatsen waren talrijk in Europa. Je had Conques, met het beeld van het martelaresje Sainte Foy, volledig met goud bedekt en schitterend van de juwelen, opgetooid als was ze een van de heidense afgodsbeelden, waaraan zij zelf geweigerd had te offeren in de 4de eeuw. In Chartres was er de miraculeuze Zwarte Madonna en vooral het Heilige Hemd. Men geloofde dat dit het onderkleed was, dat Maria droeg bij de geboorte van Jezus. Alle relikwieën werden tentoongesteld in kostbare schrijnen. Zelfs Bernardus van Clairvaux, die zo tekeer ging tegen overdreven luxe in kerkgebouwen, achtte het geoorloofd de resten van de heiligen in goud te hullen. Al was hij het niet eens met de commerciële uitbuiting ervan. Want relikwieën vormden een bijzonder winstgevende bron van inkomsten voor de kerk die ze bezat.

Maar doet dat af aan de spirituele waarde van de tocht zelf? Op de Camino, de weg naar Santiago, voel je in het gebergte op het smalle, rotsige voetpad in de Rioja de ‘adem der eeuwen’, de aanwezigheid van al die mensen, die je hier eeuw na eeuw gedurende duizend jaren zijn voorafgegaan.Scherpenheuvel kun je natuurlijk niet vergelijken met Santiago de Compostela, Fatima, in Portugal of Mexico-stad, met de basiliek van Onze-Lieve-Vrouw van Guadalupe (beschermheilige van Mexico). Excessen zoals pelgrims, pijnlijk voortschuifelend op bloedende knieën, bijgestaan en ondersteund door familieleden, zagen wij hier nog nooit.

 

De pompeuze basiliek van Scherpenheuvel is een exponent bij uitstek voor de periode van de triomfantelijke katholieke contrareformatie in de 17de eeuw, met jezuïetenkerken, -scholen en de exuberante barokke schilderijen van Rubens in de Antwerpse kerken als getuigen. En tevens voor de opgefokte jubelsfeer en de katholieke indoctrinatie die tot na het Tweede Vaticaans Concilie (afgesloten 1965) in katholieke landen alle aspecten van de maatschappij zou blijven doordesemen, op de eerste plaats aangestuurd door de jezuïeten.

 

Een getuigenis

 

De bedevaarten naar Scherpenheuvel startten bij het begin van de maand mei, de Mariamaand. Wij vertrokken te voet in groep rond middernacht en arriveerden aan de steile helling voor het heiligdom omstreeks 6 uur ‘s morgens bij dageraad, vaak zingend of luidop biddend. En altijd bekaf.

De afstand tot Scherpenheuvel bedroeg voor ons 28 km.

 

Dan volgde de eucharistieviering. En vervolgens ontbijt in een van de talrijke restaurants. Voor ons, ascetische studentjes, was dat: koffie met meegebrachte boterhammen. Je kon dan in de talrijke winkeltjes als souvenir driehoekige bedevaartvaantjes kopen, of geëmailleerde metalen plaatjes om thuis met minuscule spijkertjes bij te nagelen op je pelgrimsstok. Of snoep. Of paternosters, vrome boekjes en noem maar op. De terugreis? Met de autobus. Wat dacht je?

 

En dan in ons laatste jaar voortgezet onderwijs heb ik twee weekends na elkaar die afstand afgelegd. De tweede keer in gezelschap van een uitwisselingsstudent uit Minnesota, de eerste die we ooit op onze school ontmoetten. De sympathieke jongen had volgens eigen zeggen in zijn leven nooit meer dan 1 km. te voet gelopen of op een fiets gereden. We hebben hem leren fietsen. En op deze uitputtende beproeving? Met twee man ondersteund en half gedragen vanaf Diest voor de laatste 8 km. Hij was niet eens katholiek, maar baptist, maar wilde toch deze voor hem unieke ervaring mee beleven.

 

Zie ook Vézelay en het middeleeuwse wereldbeeld p. 17-20. 



Jos Martens, oktober 2025

 

  •  

    u