artikelen over geschiedenis didactiek
Het Adrianus dossier
Joris Tulkens.
Het Adrianus Dossier
Sterck & Devreese, 2024, 269 blz.
Inhoud
- Alle artikelen uit 2009
- Alle artikelen uit 2010
- Alle artikelen uit 2011
- Alle artikelen uit 2012
- Alle artikelen uit 2013
- Alle artikelen uit 2014
- Alle artikelen uit 2015
- Alle artikelen uit 2016
- Alle artikelen uit 2017
-
- Alle artikelen uit 2019
- Alle artikelen uit 2020
- Alle artikelen uit 2021
- Alle artikelen uit 2022
- Alle artikelen uit 2023
- Alle artikelen uit 2024
- Alle artikelen uit 2025
- Columns over onderwijs
Het Adrianus dossier

| Fictie is soms beter
geschikt om de werkelijkheid te vatten dan
non-fictie. (Ilja Leonard Pfeijffer) |
Proloog. Pausbezoek 26-29 september 2024
In 1425 gaf paus Martinus V toestemming voor de
oprichting van een universiteit in Leuven.
Wat op een haar na nog dreigde te mislukken, zoals
Tulkens onthult in zijn volgende roman
Intriges in het
Vaticaan (2025)
In 2025 is de stichtingsbul dus 600 jaar oud. Dat moest
gevierd. De Katholieke Universiteit Leuven is immers de
oudste Alma Mater van de Lage Landen.
Ter herdenking van deze heel uitzonderlijke gelegenheid
bracht de kort daarna (op paasmaandag 2025) overleden
paus Franciscus van 26 tot 29 september 2024 daarom een
bezoek aan België.
Kortom: deze pausroman kon onmogelijk op een gunstiger
tijdstip verschijnen!

Luc Sels (rechts) is bedrijfssocioloog en hoogleraar aan
de Katholieke Universiteit Leuven. Sinds 1 augustus 2017
was hij rector. In september 2025 is hij opgevolgd door
Severine Vermeire (1970), eerste vrouwelijke rector
sinds 600 jaar!

Verder leven na Adrianus, 263 achteraan
Uitleg van gebruikte termen – ook nuttig voor al dan
niet katholieken en latinisten, 265
Inleiding. Dirk van Heze en het verborgen dossier
Wie in Leuven op het Hogeschoolplein het statige
Pauscollege bezoekt, raakt onvermijdelijk onder de
indruk van de eeuwenoude uitstraling. Het college is
genoemd naar Adriaan van Utrecht, paus Adrianus VI, de
enige paus die de Nederlanden in de loop der eeuwen
geleverd hebben. Een gok die de kardinalen nooit meer
herhaalden. Want toen hij na een zeer kort pontificaat
in 1523 onbemind stierf, was er gejuich in de straten
van Rome en nog meer in het Vaticaan en de paleizen van
de kardinalen. Niet omdat Adrianus een slechte paus was.
Integendeel. Volgens vele kerkhistorici is hij zowat de
enige fatsoenlijke kerkleider in de eerste helft van de
16de eeuw, vooraleer het Concilie van Trente van start
ging*.
*. Zie: Verwey, M.,
Adrianus VI
(1459-1523). De tragische paus uit de Nederlanden,
Antwerpen - Apeldoorn, Garant, 2011, 159 blz.
Pauscollege, virtuele tour.
Dirk van Heeze (ca. 1485-1555), Theodoricus Hezius met
zijn humanistennaam, was secretaris, tevens vriend en
vertrouweling van Adriaan van Utrecht, Adrianus VI.
Tijdens zijn korte pontificaat werd Adrianus
geconfronteerd met enorm veel tegenkanting. Daarom
werkte Hezius aan een eigen dossier om zijn vriend en
beschermheer de plaats te geven die hem historisch
toekomt. Na Adrianus’ dood in 1523 vestigde Hezius zich
in Luik, waar hij in de Sint - Lambertuskerk een
prebende had gekregen. Toen hij in 1555 eveneens stierf,
nam zijn dienaar Caspar de documenten met zich mee naar
zijn geboortestreek, het Hageland.
In een bedevaartsoord boven een steile heuvel liet
Caspar een kapelletje bouwen met een geheime nis waarin
hij het dossier onderbracht. Tien jaar later, in 1609
(dankbaar voor het Twaalfjarig Bestand in de
Tachtigjarige Oorlog) startten de aartshertogen Albrecht
en Isabella op die heuvel de bouw van een basiliek,
voltooid in 1622. Thans het belangrijkste Mariale
bedevaartsoord van Vlaanderen.
Toen al deed het gerucht de ronde dat er ergens in het
prestigieuze bouwwerk een ruimte was met een verborgen
schat. In mijn jeugd was dat nog steeds het geval. In
2010 ontdekte een architect dankzij recente
scantechnieken effectief een goed verborgen afgesloten
kamer waarin een bundel papieren lag. Het
Adrianusdossier van Hezius misschien?
Inhoud
Hier volgt een relevante selectie uit zijn dossier. Dat
bestaat uit de afzonderlijke brieven, door Hezius
gevraagd aan diverse mensen, met wie Adrianus tijdens
zijn leven te maken kreeg.
De tekst beweegt zich afwisselend op twee tijdschalen:
1. chronologisch het verloop van Adrianus’ leven en 2.
een verslag van zijn laatste levensmaanden in 1523.
Commentaar wordt geleverd door Hezius, die immers het
overgrote deel van diens professioneel leven als naaste
getuige en vertrouweling meemaakte.
De focalisator wijzigt bij bijna elke brief. Hetzelfde
geldt voor het gevarieerde taalregister, telkens
aangepast aan de spreker! De opeenvolgende brieven zijn
even gevarieerd als hun schrijvers en hun afkomst. Ze
dienen niet alleen als plotinstrumenten, maar geven ook
een authentiek historisch tintje aan het verhaal. Ze
helpen de lezer om zich meer verbonden te voelen met de
tijdsperiode en de personages.
Het ‘dossier’ start met een begroeting van Hezius
gericht aan de lezer in compleet hagiografische stijl
van de heiligenlevens, als een middeleeuwse Vita, een
goede weergave van de tijdgeest (p. 7).
Hij gaat voort in dezelfde stijl: Adriaan munt van
kindsbeen af in godsdienstig gekleurde intelligentie en
vroomheid, zoals een toekomstige paus en heilige
betaamt. Zijn zeer Spartaanse opleiding start hij bij de
Broeders van het Gemene Leven in Zwolle.
De Broeders hebben een afkeer van de heersende
kerkelijke mistoestanden. Zij streven naar een ander
soort kerk (p. 20). Zo zijn zij verantwoordelijk voor
latere opvattingen, zowel van Adrianus als Erasmus en
Luther, die allen tot hun studenten behoorden.
De jonge Hezius schrijft zich in 1504 in aan de
universiteit in Leuven. Daar trekt hij de aandacht van
de belangrijkste professor van de artesfaculteit,
Adriaan van Utrecht. ‘Adriaan was namelijk aangezocht in
Brussel lesgever te worden van de jonge Karel van
Luxemburg, intussen keizer van het Roomse Rijk. Door die
aanstelling dreigde het werk boven zijn hoofd te groeien
en dus had hij de hulp nodig van een betrouwbaar iemand,
in casu van mij. Sindsdien heb ik mijn beschermheer
gevolgd als een trouwe hond, eerst naar het hof in
Brussel, later naar het wespennest van Castilië,
tenslotte naar de slangenkuil van Rome, waar Adrianus
als martelaar ten onderging (p.7).’
Dan maakt Hezius de sprong naar Rome, 5 augustus 1523:
de gezondheid van paus Adrianus is erg achteruit gegaan.
Deel III (p. 26). Met de brief van zijn student Jacobus
Latomus keren we terug naar Leuven. Omwille van zijn
talenten steunden machtige families Adrianus’ studies.
Margaretha van York (weduwe van Karel de Stoute 1477
Nancy) betaalde zijn dure doctoraatsviering.
Een van de eerste bijdragen voor het dossier heeft
Erasmus als afzender. “Ik heb de Heilige Vader goed
gekend, toen ik rond 1500 in Leuven verbleef.”(p. 31 –
39)
Adrianus was het met Erasmus eens dat de enig toegelaten
‘officiële’ Bijbel, de Vulgaat, door eeuwen kopiëren
sterk gecorrumpeerd was geraakt. Hij steunde hem in zijn
uitgaven van een herwerkte tekst. Dan volgt een
interessant verslag van de theologische discussies in
Leuven over Luther en de stellingen waarover Erasmus en
Adrianus het niet met hem eens zijn.
Meteen krijgen we in zijn epistel een korte schets van
de internationale politieke situatie
‘Frans I en Karel V staan elkaar naar het leven. Allen
worden bedreigd door Süleyman, de Grote Turk. In dat
pandemonium houdt één man het hoofd koel: Adrianus VI.
Daarom werk ik met liefde mee aan uw plan om zijn plaats
in de geschiedenis veilig te stellen.’
Deel V. Brussel. Brief van Cabeza de Vaca, bisschop van
de Canarische eilanden, later plaatvervanger voor
Adrianus bij de opleiding van de jonge Karel. Geeft een
overzicht van de speelkameraadjes van de prins. De jonge
Karel en zijn vriendjes waren geen gemakkelijke of goede
leerling. Geen van hen had ook maar de geringste
belangstelling voor wetenschap. ‘Karel studeerde wel,
maar dan voor krijgsman. Op zijn eerste verjaardag was
hij al ridder van de Orde van het Gulden Vlies…’ (p.
54).
Meer invloed op Karel had Willem van Croÿ heer van
Chièvres, tutor van Karel. Hij verloor zijn pupil geen
ogenblik uit het oog, sliep met hem in dezelfde kamer en
bestookte hem dag in dag uit met wijze adviezen.
Een compleet andere toon spreekt uit het daaropvolgende
epistel van Gattinara, grootkanselier. Hij is overdreven
vleiend voor Karel.
‘Uitzonderlijk was ook Karels talent voor talen. Daarop
hebben zijn leraren, in het bijzonder Adrianus een
schitterend paleis van Latijnse eloquentie gebouwd.’ Dit
lijkt me op zijn minst zwaar over het paard getild (p.
60)!
Deel VII p. 70. Brief door Pedro Martyr de Angleria,
Italiaan en tolk voor Adrianus, kroniekschrijver van
Ferdinand en Isabella.
Toen hij Adrianus voor het eerst ontmoette legde hij in
Valladolid de laatste hand aan de beschrijving van
Columbus’ dramatische vierde reis.
Adrianus is door de jonge Karel benoemd tot zijn
gouverneur in Spanje, nu Juana, de wettige koningin van
Castilië door haar vader Ferdinand is opgesloten als
‘ongeneeslijk geestesziek’. Adrianus is ondertussen een
vermoeide man van 56 jaar, die zijn benoeming absoluut
niet ambieerde, maar de opdracht aanvaardde uit
plichtsbewustzijn. De oude koning Ferdinand van Aragon
is zwaar ziek en niet meer in staat te regeren. Heel
Spanje wordt in feite bestuurd door kardinaal Francisco
Jiménez de Cisneros – een vertrouweling van Ferdinand.
De samenwerking met Cisneros en de doodzieke Ferdinand
loopt aanvankelijk niet van een leien dakje. Adrianus
bezoekt Juana in Tordesillas en stelt haar schandelijke
verwaarlozing vast. Volgens hem is zij niet waanzinnig,
maar bij tussenpozen erg labiel en verward.
Eindelijk sterft Ferdinand. Karel wordt nu koning van
heel Spanje, maar in de praktijk leidt Adrianus de
regering. Dat doet hij aanvankelijk samen met Cisneros.
Om een tegenwicht te kunnen bieden aan die
doorgewinterde staatsman, zorgt Karel ervoor dat
Adrianus in snel tempo de kerkelijke – en dus politieke
– ladder kan beklimmen. In amper twee jaar tijd wordt
hij bisschop, én tot grootinquisiteur en kardinaal
benoemd door paus Leo X.
Als grootinquisiteur maakt hij, zoals van hem verwacht,
ijverig jacht op conversos, maranos moriscos (schijnbaar
pas bekeerde joden en moslims) - een aspect dat in
recente biografieën meestal zo weinig mogelijk
beklemtoond is. Maar door Hezius goedkeurend vermeld,
wat kan beschouwd als een correcte uiting van de
tijdgeest.
Deel IX Met Karel in Spanje (p 103).
Als volgende komt Willem van Croÿ, heer van Chièvres aan
het woord, in 1509 tutor geworden van de jonge Karel.
Hij arriveert in Spanje samen met de kersverse koning
Karel, als machtigste man in een zeer groot gezelschap
van ‘Flamencos’. Duidelijk blijkt zijn volslagen
onbegrip voor de trotse Spaanse grandes, wat bijzonder
kwalijke gevolgen zal kennen. Als scholen hebzuchtige
gieren strijken de Flamencos op Spanje neer om zoveel
mogelijk postjes – religieuze en wereldlijke - binnen te
halen. Dit leidt natuurlijk tot botsingen met de Spaanse
grandes en de gemeentenaren van de belangrijkste Spaanse
steden.
Maar ook met Adrianus, die tegen zijn zin als gouverneur
van Castilië wordt aangesteld.
In 1519 overlijdt keizer Maximiliaan. Enkele maanden
later kiezen de Duitse keurvorsten Karel tot zijn
opvolger, nadat er gigantische omkoopsommen zijn
rondgedeeld door zijn tante
Margareta van Oostenrijk en onder meer door Everhard van der
Marck, prins-bisschop van Luik, die er later ruimschoots
de vruchten van zal plukken. (Zie Bijlage 1. Eeuwige
roem.)
Nu moet Karel hoogdringend uit Spanje vertrekken. Voor
zijn afreis stelt hij Adrianus aan tot zijn regent.
Bijna meteen breekt het verzet los tegen ‘de gesel van
de Flamencos en de door iedereen gehate heer van
Chièvres’. De opstand breidt zich als een olievlek uit
van stad tot stad, over heel het land.
Vijftien steden sluiten zich aaneen in een ‘Santa Junta
de las Comunidades’ en brengen een leger op de been. Zij
eisen het gezag over te dragen aan Juana, ‘de wettige
koningin’.
Adrianus weekt de hoge adel los van de gemeentenaren
door de sociale tegenstellingen uit te spelen, met de
vrees van de grandes voor ‘het gemeen’. Dit lukt pas
goed na enkele bloedige gevechten en door de
achteruitgang van Juana’s geestestoestand, die onbekwaam
wordt bevonden om te regeren.
Dan sterft de Medici-paus Leo X (1521). Het conclaaf
voor de verkiezing van een opvolger ‘was een Europese
oorlog in het klein’ doordat het college van kardinalen
stemronde na stemronde verdeeld bleef in een Franse
tegen een Habsburgse fractie.
In arren moede wordt dan in januari 1522 uiteindelijk
gekozen voor Adrianus, die niet eens aanwezig was op het
conclaaf en niet de minste ambitie had, onder meer
omwille van zijn zwakke gezondheid. Waarschijnlijk was
het net hierom, samen met zijn grote reputatie, dat hij
verkozen werd als ‘overgangspaus’ van wie verwacht kon
worden dat hij toch niet lang op de troon van Petrus zou
blijven zitten.
Ondertussen keerden wij reeds een aantal keren in de
verslagen van Hezius terug naar Rome, september 1523 bij
de inderdaad toenemende zwakte van een zieke Adrianus,
die absoluut niet geliefd door de in weelde zwelgende
kardinalen, wegens zijn verregaande ascetische
levensstijl.
(p. 156) Hezius: Adrianus spiegelt zijn pausschap
voortdurend aan het evangelie van Christus en stelt zich
helemaal niet de vraag hoe zijn obsessie met ‘de arme
kerk’ overkomt bij gelovigen die nood hebben aan
schitterende gewaden, rijk versierde kamers en kerken,
luister en praal, prachtige polyfonie en rituelen,
kortom, aan een kerk die ze kunnen bewonderen. Die
gelovigen blijven op hun honger zitten. Adrianus’
dwanggedachte leidt dus helemaal niet tot meer
godsvrucht. Integendeel, de meeste gelovigen, priesters
en kardinalen zien in dat de door Adrianus aangehouden
stijl de ondergang van Gods Kerk in de hand werkt. …
Op maandag 14 april 1523 sterft Adrianus, tot opluchting
en zelfs vreugde van zowat het hele Vaticaan. Adrianus’
opvolger wordt gekozen na een conclaaf van meer dan 50
dagen. Opnieuw een Medici als paus. ‘Giulio de’ Medici,
groot en imposant, 57, goed ter been en gezond, kortom
een mooie paus als Clemens VII’ zoekt Hezius op om zijn
dossier in handen te krijgen. Zijn verkiezing was een
dubbeltje op zijn kant. De tegenstellingen tussen het
Duitse en het Franse kamp waren immers even scherp
gebleven.
Sinds eeuwen doen er hardnekkige geruchten de ronde over
de gifmoord op Adrianus VI, gecamoufleerd door zijn
slechte gezondheidstoestand. Michiel Verweij verwijst
dat in zijn biografie
Adrianus VI zeer
beslist naar de historische prullenmand . Joris Tulkens
vist ze langs een omweg weer op (p. 246).
Onder eed van geheimhouding spreekt de kersverse paus
Hezius aan.
“Adrianus was onbekwaam Hesius. Een aantal kardinalen,
en niet de geringste, wensten zijn dood”.
”Suggereert u dat hij vergiftigd werd?”( p. 252).
Clemens aarzelt even: “Ik weet het zo goed als zeker.”
Begin april 1524 verlaat Hezius voorgoed het Vaticaan …
met een kopie van zijn dossier, dat hij in een
archiefbundel veilig had verborgen.
Bespreking
Adrianus vind je vreemd genoeg niet terug in de
historische Canon voor Vlaanderen. Wat hij nochtans als
vooraanstaande geleerde, exponent van het humanisme,
herhaaldelijk rector van de toenmalig enige universiteit
in de Nederlanden, leraar van een toekomstige keizer en
- vooral - enige en dan nog positief bekende paus uit de
Lage Landen zeker verdiende. Je treft hem echter wel in
de Canon voor Nederland.
Hezius en zijn dossier. De ontdekking van verloren
documenten is een literaire stijlfiguur, zo oud als de
weg naar Rome. Umberto Eco gebruikte ze voor zijn De
naam van de roos (1980). Reeds Thomas More paste een
equivalent toe bij de start van zijn Utopia en Joris
Tulkens deed verdienstelijk hetzelfde in zijn De
verloren droom van Pieter Gillis (2010).
Soms echter overtreft de realiteit de fictie. Zoals toen
de Leuvense hoogleraar Spaanse literatuur C. De Paepe,
op zoek naar literaire sporen van twee eeuwen Spaanse
bezetting in onze streken, in de jaren 1970 in de
Leuvense Centrale Bibliotheek in een vergeten dikke
bundel effectief een heel dossier ontdekte over Joos de
Rijcke, de eerste Nederlander in het Incarijk, waarvan
men dacht dat het vernietigd was bij de beruchte brand
van de bibliotheek, in augustus 1914.
Het boek van Tulkens is minder een roman dan wat de
betreurde cultuurhistoricus Raoul Bauer (1944-2022) een
geschieduitbeelding zou noemen: een literaire
tussenvorm, heen en weer surfend over de grenzen van
fictie en non-fictie.
Welbeschouwd heeft Tulkens een merkwaardig en zelfs
uniek oeuvre bij elkaar geschreven.
Zoals de meeste van zijn boeken is dit een ideeënroman,
zonder echte spanningsboog. Doch hij biedt de evocatie
van een heel tijdsgewricht, opgebouwd uit puzzelstukjes
die langzamerhand een geheel gaan vormen. In zijn romans
verweeft hij telkens weer op indrukwekkende wijze
historische feiten met fictieve elementen Zo voert hij
je als lezer mee op een reis door het roerige begin van
de 16e eeuw, een cruciale era in de geschiedenis van
Europa en de wereld.
Natuurlijk ontmoet je herhaaldelijk dezelfde vertolkers:
het exclusieve groepje rond de jonge Leuvense
universiteit met Dirk Martens, en Pieter Gillis, beiden
verantwoordelijk voor de permanent invloedrijke
bestseller
Utopia van Thomas More. En niet te vergeten: Nicolaes
Cleynaerts
In de ban van Mohammed, Erasmus
en zijn Collegium Triligue,
Wentelsteen.
Errasmus en de moeizame geboorte van het Colloquium
Trilingue.
Andermaal brengt hij hier een heel behoorlijke
representatie van de geschiedenis, gestoeld op gedegen
opzoekingen, net zoals dat zou gelden voor een
non-fictie boek. Het verschil tussen de twee genres is
de grotere mogelijkheid tot inleving voor de lezer,
waardoor je op een zeer concrete wijze verzeilt in de
beschreven maatschappij.
Dat is beslist tevens eveneens zo voor opvoeding en
studeren, in bijvoorbeeld het Leuven van de colleges,
waarvan slechts nog enkele namen resten. Ongetwijfeld
ben ik niet de enige die er het recente werk van Edward
De Maesschalck over de Leuvense colleges bijhaalt.
Net als in zijn vorige romans sluit Tulkens af met een
kort overzicht: ‘Wat gebeurde er na Adrianus’ dood met
de belangrijkste personages van dit boek?’ Dit gevolgd
door een
uitleg van gebruikte termen – ook nuttig voor al dan
niet katholieken en latinisten (p. 265).

Gravure van Adrianus’ grafmonument in de Santa Maria
dell’Anima in Rome. © Rijksmuseum Amsterdam
Didactische Tips
Bedoeling van deze tips is zoals steeds: een modulaire,
multimediale en vakoverschrijdende leereenheid opbouwen.
Je kiest onderdelen, werkmethodes en leermiddelen,
aangepast aan de concrete situatie: de tijd die je eraan
wil en/of kunt besteden, niveau van je
leerlingen/studenten, mogelijkheid om met collega’s
samen te werken in begeleid zelfstandig leren enz.
Vakken die kunnen meewerken: Nederlands, geschiedenis,
maatschappijleer, Frans, Engels (CLIL), artistieke
initiatie, muziek, economie, vooral godsdienst/zedenleer
/levensbeschouwing. Deze werkwijze biedt mogelijkheid
tot binnenklasdifferentiatie in parallel en/of
complementair groepswerk.
Een paar mogelijke leerlijnen dringen zich op, logisch
en noodzakelijk in relatie tot elkaar:
- Het humanisme met Erasmus en zijn omgeving;
- de overgang van manuscripten naar boekdrukkunst.
- Godsdienst. De hervorming met Luther en Calvijn.
Luther en de boekdrukkunst.
In het verleden hebben wij deze periode meestal
behandeld vanuit de figuur van Margaretha van
Oostenrijk. Dit kan natuurlijk evengoed vanuit Adrianus.
- We hebben bij kunstinitiatie steeds de retabels
behandeld.
- Voor elk van de onderwerpen is voldoende materiaal
voorhanden, via de Canon. En via deze website. Op
Histoforum tref je voldoende in de praktijk uitgeteste
voorbeelden!
Mogelijk traject
Vooraf: peilen naar voorkennis (inhoudelijk -
chronologisch). Brainstorming: Adrianus, Scherpenheuvel,
Albrecht en Isabella: wat roepen die namen bij u op?
Losse staakwoorden op bord brengen - enkele leerlingen
vragen te noteren - heel korte gedachtewisseling.
Leermiddelen. Er is duidelijk een literair maar beslist
tevens een uiterst belangrijk cultuurhistorisch luik
- bibliotheekbezoek. Heuristiek: opzoeken boeken en/of
tijdschriftartikelen.
- internet en YouTube
- vakoverschrijdende syntheseoefening Nederlands –
geschiedenis: PowerPoint na complementair groepswerk.
- Getijdenboeken - ook voor CLIL ( Frans):
Vlaamse
miniaturen. Zie hier bij
Essentials: BNF Bibliothèque nationale de France.
- Muziek: instrumenten, polyfonie.
- Retabels: afzonderlijke PPT. Zo
mogelijk (eventueel probleem van tijdgebrek): Antwerps
Passieretabel in Museum M Leuven; bespreking van de
afbeeldingen - inhoud: levensbeschouwing,
kunstinitiatie. Loonde de moeite voor de diverse
religieuze overtuigingen als een opwaardering: “De
beeldjes hebben effectief niets te maken met
afgodendienaars. Ze functioneren een visuele ‘Bijbel
voor ongeletterden’ in een tijdperk van haast algemeen
analfabetisme. Dat verklaart waarom ze in lutherse
kerken gespaard bleven bij de betreurenswaardige,
vernietigende beeldenstorm van 1566 en volgende.”
“Het is een soort beeldschrift, de visuele uitbeelding
van verhalen of gebeden die iedereen kent uit de
onuitputtelijke bron van ‘gewijde geschiedenis’. Zoals
een gebedssnoer dat is bij moslims (met de namen van
Allah), een paternoster voor katholieken, of het
beeldschrift bij de Azteken, geen alfabet maar eerder
een mnemotechnisch middel, zoals ook de quipu’s
(knopenschrift) in het Incarijk. Of nog: de Mixteken (en
het groepje gaf als voorbeeld een uiterst kort fragment
uit een codex met de avonturen van de cultuurheld Acht
Hert. Knap gevonden, had ik zelf nog nooit aan gedacht!)
Je krijgt in feite een zelfde grondidee, telkens in een
totaal andere vormentaal. Je kunt het retabel beschouwen
als een soort graphic novel of geïllustreerd
sprookjesboek, bestemd om voor te lezen aan kleuters.”
Alleszins een onverwachte connectie met het heden.
Mogelijkheid tot aanvullen met uitstappen naar
bijvoorbeeld de voorstelling van een thema, zoals
Veronica of de aanbidding van de Drie Koningen door de
eeuwen heen, van Ravenna over Rubens tot een huidige
kerststal.
- Eventueel, voor vrijwilliger(s): een korte Graphic
novel, enkele bladzijden.
Thema’s
In Het Adrianus Dossier komen verschillende thema's en
motieven aan bod die de roman rijk maken aan betekenis
en historische diepgang
Macht en corruptie
Een centraal thema in de roman is de manier waarop macht
wordt uitgeoefend binnen religieuze en politieke
instellingen, zoals de katholieke kerk en de staat. De
corruptie binnen de kerk, zoals het streven naar
politieke invloed en zelfverrijking, vormt een rode
draad in het verhaal.
Tulkens reflecteert op de rol van religie in de
samenleving en de spanningen tussen persoonlijke
geloofsovertuigingen en de institutionele kerk.
Vooral de morele dilemma’s lopen sterk parallel met wat
besproken is in Conclaaf-Conclave (boek en film)
Conclave-Conclaaf
en in
Intriges in het Vaticaan.
Concrete opdrachten
- Lesonderwerp: Maak een korte presentatie over de
religieuze en politieke spanningen in Europa tijdens het
begin van de 16e eeuw. Verdiep de tijd van de
Reformatie, de katholieke kerk, en de figuur van
Adrianus VI. – Zoek portretten van de hoofdpersonen en
de nodige kaarten voor uw PPT.
- Discussievragen: Hoe heeft de Reformatie de Europese
geschiedenis veranderd? Wat was de rol van Adrianus VI
in deze periode?
- Actualisering. Hoe botsen religie en wetenschap nog
steeds? Koppel dit aan actuele situaties, zoals debatten
over ethiek en wetenschap, bv. abortus, homohuwelijk enz
Meer weten
Bijlage 1. Eeuwige Roem. Onverwachte ontmoeting bij de
hertogen van Arenberg.
Bijlage 2. Bedevaarten. ‘Homo viator’, de mens als
reiziger naar de eeuwigheid.
KU Leuven, met lang stuk over Adrianus,
Adrianus VI, de prof die paus werd | KU Leuven Stories
Burke, Peter, Karel V herbekeken, in: Soly, H. (red.),
Karel V (1500-1558). De keizer en zijn tijd, Antwerpen,
Mercatorfonds, 1999, p. 399-476 & Checa Cremades,
Fernando, De beeldvorming rond Karel V, in: ibidem, p.
477-500.
De Cock, Johan,
Margareta van Oostenrijk: parel van
Bourgondië 1480 – 1530, Mechelen, Uitg.
Elena, 2021.
De Maesschalck, Edward, Leuven en zijn colleges.
Trefpunt van intellectueel leven in de Nederlanden
(1425-1797), Sterck & De Vreese, 2021.
Papy, Jan en Joris Tulkens,
In de ban van Mohammed.
Nicolaes Cleynaerts’ brieven uit de Arabische wereld,
Sterck & De Vreese, 2021.
Hierbij: Nicolaes Cleynaerts (de film) –
duur:18,41 min ondertitels in het Nederlands.
Nicolaes
Cleynaerts (1493-1542). De merkwaardige reisavonturen
van een 16de-eeuwse humanist, arabist en
islamdeskundige.
Nicolaes Cleynaerts (1493- 1542)
The
remarkable adventures of a 16th century humanist,
arabist and islam-expert .
Pettegree, Andrew,
Het merk Luther,
Amsterdam/Antwerpen, Atlas Contact, 2016.
Tulkens, Joris,
De verloren droom van Pieter Gillis,
Leuven, Davidsfonds, 2010.
Tulkens, Joris,
Thomas More, Een leven in vijf
vriendschappen, Leuven, Davidsfonds, 2016.
Tulkens, Joris,
Wentelsteen. Erasmus en de moeizame
geboorte van het Collegium Trilingue,
Leuven, Davidsfonds, 2017.
Tulkens, Joris,
De Odyssee van Pedro en Luisão,
Antwerpen: Davidsfonds/Standaard Uitg., 2019. De Odyssee
van Pedro en Luisão. Antwerpen, Uitvoerige thematische
hyperlinks. Sterk aanbevolen.
Johanna de Waanzinnige
De Maesschalck, Edward, Moed en tegenspoed. Edelvrouwen
in de Bourgondische tijd, hoofdstuk 17 Johanna de
waanzinnige.
Elpers, Noëlla, Vuurkraal, Houten, Van Goor, 2011 – Over
de hofdame van Johanna, vervolg op Dolores (2007).
Johanna van Castilië (1479-1555), in: Historiek
2 april 2024.
Het tragische leven van ‘Johanna de Waanzinnige’
Peeters, Willem,
Het tragische leven van ‘Johanna de
Waanzinnige. Johanna van Castilië (1479-1555),
in: Historiek 2 april 2024.
Tulkens, Joris, Johanna de Waanzinnige, Leuven,
Davidsfonds, 2011.
Redworth, Glyn, Johanna de Waanzinnige, in: National
Geographic Historia, 2018/1, p. 54-67.
Jos Martens oktober 2025




