Artikelen      Lesmateriaal      Vaklokaal 

Informatievaardig worden

Op deze pagina staan tips voor het goed omgaan met informatie. Als je ze allemaal kunt toepassen, ben je informatievaardig.

Albert van der Kaap, Enschede, albert@vanderkaap.org  

1. Wanneer ben je informatievaardig?

Informatievaardig zijn betekent:

  • weten welke informatie je nodig hebt (kennis)

  • weten waar informatie te vinden is (kennis)

  • goed kunnen zoeken op internet (vaardigheid)

  • bereid en in staat zijn informatie te beoordelen op bruikbaarheid en betrouwbaarheid (vaardigheid en attitude)

  • goed informatie kunnen overdragen aan anderen (presenteren van informatie) (vaardigheid)

  • bereid zijn te reflecteren op het werken met informatie (attitude)

Wil je controleren hoe informatievaardig je bent, vul dan deze checklist eerlijk in.


2. Hoofd- en deelvragen

Als je onderzoek doet is het belangrijk een goede hoofdvraag te bedenken met goede deelvragen. (zie ook het kader rechts over het formuleren van hoofd- en deelvragen). Tip:


3. Tips voor het vinden van informatie op internet

  • Het gaat niet omzoeken, maar om vinden. Bedenk daarom voor je begint met zoeken zo nauwkeurig mogelijk welke informatie je nodig hebt.

  • Als je nog niet zoveel van een onderwerp weet, lees dan eerst eens een artikel op Wikipedia te lezen. Zo'n artikel helpt je vaak bij het vinden van de juiste zoektermen.

  • Je kunt ook een eerst een woordspin(mindmap) maken om te komen tot goede zoektermen. Hoe meer - nauwkeurig gekozen - zoektermen, des te specifieker de informatie.

  • Als je werkt met deelvragen, bedenk dan per deelvraag zoektermen.

  • Hoe specifieker de trefwoorden des te beter de zoekresultaten (beperk je bij voorkeur niet tot één zoekterm). Een voorbeeld:
    Je bent op zoek naar informatie over de hervorming van de kerk in de zestiende eeuw. Als je dan als zoekwoord 'hervorming' intypt krijg je een lijst met zeer veel websites. Analyseer je deze lijst dan merk je al gauw dat veel sites helemaal niets met je onderwerp te maken hebben. Het grote aantal treffers wordt veroorzaakt doordat 'hervorming' een veel te algemeen begrip is. Kies je daarentegen voor 'kerkhervorming' als zoekwoord dan wordt het aantal treffers meteen een stuk minder. Ook kunje in plaats van (kerk)hervorming kiezen voor het synoniem 'reformatie'.

  • Bedenk dat je met Nederlandse zoektermen alleen Nederlandstalige informatie vindt.

  • Als je niet bang bent voor niet-Nederlandstailge informatie bedenk dan goed welke Engelse, Duitse of Franse zoektermen je moet gebruiken.
    Tip: Kijk eerst op een Nederlandse pagina van Wikipedia en ga van daaruit naar de Engelse, Duitse of Franse versie van het artikel.

  • Als je bepaalde woorden wilt uitsluiten gebruik dan het - (min)teken. Bijvoorbeeld: George Orwell Animal Farm -1984, als je alleen websites wilt die over Animal Farm gaan en niet over 1984.
    Let op: er komt geen spatie tussen het minteken en het woord.

  • Als je dubbele aanhalingstekens gebruikt kijkt een zoekmachine of de woorden in deze combinatie op een site voorkomen. Bedenk bijvoorbeeld welke zin je op een website verwacht.
    Een voorbeeld: "Wat waren de oorzaken van de Eerste Wereldoorlog".

  • Met geavanceerd zoeken kun je tamelijk nauwkeurig aangeven wat je wel en niet wilt vinden. Zo kun je de zoekresultaten bijvoorbeeld beperken:

    • tot een bepaald land

    • een bepaalde taal

    • een bepaalde tijdsperiode  


4. Betrouwbaarheid van informatie

De betrouwbaarheid van informatie op internet is niet gegarandeerd. Immers iedereen kan informatie op internet zetten. Daarom zijn de volgende zaken altijd belangrijk:

  • Beoordeel de betrouwbaarheid van informatie, bijvoorbeeld met behulp van dit beoordelingsformulier. Kijk daarbij welke criteria voor jouw onderzoek belangrijk zijn.

  • Zoek altijd een of meer artikelen die de gevonden informatie kunnen bevestigen. Hou er rekening mee dat op internet veel informatie van elkaar wordt overgeschreven.


5. Noten en bronvermelding

Als je zonder bronvermelding informatie overneemt van internet is dat plagiaat. Vermeld dus altijd de bron van je informatie (gebruik dus noten). Bedenk dat je leraar door gebruik te maken van dubbele aanhalingstekens gemakkelijk kan controleren of je informatie van internet letterlijk hebt overgenomen.

Vermeld in je literatuurlijst altijd de bronnen die je hebt gebruikt (boeken, internet websites). Voor het vermelden van je bronnen bestaan vaste regels. Je vindt ze hier.

 Informatievaardigheden

Is hier sprake van samenwerkend leren?

 Formuleren van hoofd- en deelvragen

Bij het formuleren van een goede onderzoeksvraag is het handig onderscheid te maken tussen verschillende soorten vragen:

  • beschrijvende vragen

  • verklarende vragen

  • vergelijkende vragen

  • evaluatieve vragen

De laatste twee typen vragen maken het eenvoudiger om deelvragen te formuleren. Bovendien leer je er meer van.
Als je nog weinig weet over het onderwerp van het onderzoek is het nuttig eerst vrij en associatief te zoeken op internet. Een andere manier is je in het onderwerp inlezen in een encyclopedie al dan niet op internet (Wikipedia) alvorens te deelvragen te fomuleren.

Copyright:  Albert van der Kaap, 2009