Artikelen      Lesmateriaal      Vaklokaal 

Rubric presentatievaardigheden

Onderstaande rubric is een hulpmiddel voor het beoordelen van een presentatie.

Albert van der Kaap, Enschede, albert@vanderkaap.org  

Onderstaande rubric als excel bestand

Criteria

Relevant

1

2

3

4

Score

Weging

Non-verbale vaardigheden

 

 

 

 

 

 

 

Oogcontact

O

De leerling kijkt het publiek niet aan en leest alles voor van papier

De leerling zoekt  slechts af en toe contact met het publiek en is nog sterk afhankelijk van zijn notities

De leerling heeft geregeld contact met het publiek, maar heeft zijn notities nog geregeld nodig

De leerling heeft voortdurend contact met het publiek en heeft zijn notities nauwelijks nodig

 

 

Gezichtsuitdrukking

O

De leerling vertoont geen sprake mimiek of heeft constant een gespannen gezichtsuitdruk-king

De leerling toont  geregeld een gespannen gezichtsuitdruk-king

De leerling toont nog af en toe een gespannen gezichtsuitdrukking , maar vertoont ook geregeld een treffende mimiek.

De leerling toont telkens een adequate gezichtsuitdruk-king die de presentatie ondersteunt

 

 

Gebaren

O

De leerling ondersteunt zijn verhaal niet met toepasselijke gebaren

De leerling ondersteunt zijn verhaal slechts af en toe met toepasselijke gebaren

De leerling ondersteunt zijn verhaal geregeld met toepasselijke gebaren

De leerling ondersteunt zijn verhaal op natuurlijke wijze  met toepasselijke gebaren

 

 

Houding

O

De leerling zit gedurende de presentatie of staat ongemakkelijk. Zijn houding is onzeker.

De leerling toont geregeld door zijn houding dat hij zich niet op zijn gemak voelt.

De leerling toont nog af en toe door zijn houding dat hij zich niet op zijn gemak voelt.

De leerling heeft gedurende de presentatie een ontspannen houding

 

 

Stemgebruik    

 

 

 

 

 

 

 

Stemgebruik    

O

De leerling spreekt te zacht, te monotoon en/of teveel binnensmonds.

De leerling spreekt luid genoeg, maar te monotoon en teveel binnensmonds.

De leerling spreekt  luid genoeg, hij articuleert goed, maar nog te monotoon.

De leerling spreekt  luid genoeg, brengt variatie in toonhoogte aan en  articuleert goed.

 

 

Fluency

 

De leerling maakt vaak zinnen niet af en/of aarzelt vaak.

De leerling aarzelt geregeld.

De leerling aarzelt af en toe.

De leerling spreekt vloeiend.

 

 

Enthousiast

O

De leerling toont geen enkele interesse in het onderwerp.

De leerling toont af en toe een ongeïnteresseerde houding

De leerling toont af en toe positieve gevoelens voor het onderwerp

De leerling straat gedurende de hele presentatie enthousiasme voor het onderwerp uit.

 

 

Onderbrekeningen (uh, well uh, um)

O

10 keer of vaker

6-9 keer

1-5 keer

Geen onderbrekeningen merkbaar

 

 

Inhoud

 

 

 

 

 

 

 

Aankondiging van het onderwerp

O

De leerling vertelt het publiek niet waarover de presentatie zal gaan

De leerling maakt slechts vaag duidelijk waar de presentatie over zal gaan.

De leerling vertelt het publiek in grote lijnen waar de presentatie over zal gaan.

De leerling vertelt het publiek gestructureerd waar de presentatie over zal gaan

 

 

Structuur

 

De presentatie heeft geen duidelijke opbouw

De presentatie heeft wel een begin en een middenstuk, maar geen afronding

De presentatie heeft een middenstuk en een afronding, maar geen duidelijke introductie

De presentatie heeft een heldere opbouw, met een begin, een middenstuk en een afronding.

 

 

Tijd

O

De presentatie is te kort.

De presentatie is aan de korte kant.

De presentatie is te lang.

Presentatie voldoet wat de tijd betreft aan de eisen.

 

 

Visuele hulpmiddelen

O

De gekozen visuele ondersteuning is armzalig, leidt de aandacht af en is slecht te lezen

De gekozen visuele ondersteuning voegt weinig toe aan de presentatie

Gedachten worden gevisualiseerd, maar betrekken het publiek niet echt bij de presentatie

Hulpmiddelen ondersteunen het betoog en maken de presentatie sterker

 

 

Volledigheid

O

Niet alle vereiste onderdelen komen aan bod

De meeste  onderdelen, die vereist zijn, komen globaal aan de orde

Een aantal onderdelen wordt diepgaand behandeld, andere komen slechts globaal aan de orde

De leerling gaat diepgaand in op alle onderdelen

 

 

Professionaliteit van de presentatie

O

Mompelt teveel, het publiek heeft moeite om de presentatie te verstaan en te volgen

Het betoog is niet echt helder en de leerling weet het publiek niet bij de presentatie te betrekken 

Het betoog is helder, maar  de leerlingweet het publiek niet bij de presentatie te betrekken 

Het betoog is helder, goed gestructureerd en de leerling weet het publiek bij de presentatie te betrekken 

 

 

 

 

 

 

 

 Informatievaardigheden

Is hier sprake van samenwerkend leren?

Copyright:  Albert van der Kaap, 2009