Artikelen      Lesmateriaal      Vaklokaal 

Informatievaardigheden in opdrachten

Informatievaardigheid is een competentie. Om informatievardig te worden moet je niet alleen beschikken over kennis en vaardigheden, maar ook ook een kritische houding. Er zijn verschillende manieren om leerlingen via onderzoeksgerichte opdrachten informatievaardig te maken. In dit artikel worden er verschillende beschreven.

Albert van der Kaap, Enschede, albert@vanderkaap.org  

Een van mijn kinderen kreeg een aantal jaren geleden, hij zat in de brugklas, opdracht een werkstuk te maken over een historisch onderwerp. Hierbij kon hij kiezen uit een lijst met onderwerpen. Veel meer werd hen niet verteld. Zij moesten zelf hoofd- en deelvragen bedenken en bronnen voor hun onderzoek zoeken. Aan de presentatie van hun onderzoeksresultaten werden geen eisen gesteld.

Ik vraag me af of de docent zich realiseerde dat hij in feite aan brugklasleerlingen eenzelfde soort opdracht gaf als leerlingen krijgen als zij hun profielwerkstuk moeten maken. Natuurlijk  stelde de docent andere eisen aan de resultaten van het onderzoek, maar in feite was de opdracht even open en ongedefinieerd.

Het is ook de vraag wat de docent precies met een dergelijke opdracht beoogde. Wilde hij dat de leerlingen inhoudelijke kennis op deden over een willekeurig historisch onderwerp? Of wilde hij de leerlingen leren hoe zij een onderzoek moeten opzetten en uitvoeren? Zou hij zich gerelaiseerd hebben wat hij allemaal van de leerlingen vroeg? Zou hij zich afgevraagd hebben hoe je leerlingen in een leerlijn kunt leren om steeds beter onderzoek te verrichten?

Onderzoeksvaardigheid en als onderdeel daarvan informatievaardigheid is een competentie die je je je alleen  eigen kunt maken door veel te oefenen en door consequent te reflecteren op wat je aan het doen bent. Goed onderzoek doen is moeilijk en daarom is het belangrijk om de onderzoeksopdrachten goed in te richten in een leerlijn van eenvoudig naar complex, waarbij de leerlingen wel telkens alle stappen doorlopen die nodig zijn in een onderzoek. Dat betekent overigens niet dat alle stappen in elk onderzoek op dezelfde wijze aan de orde moeten komen. Wel is het noodzakelijk dat de docent zich ervan bewust is dat hij in alle stappen keuzes moet maken.Vaak kun je als docent bestaande opdrachten met betrekkelijk relatief eenvoudige ingrepen zodanig veranderen dat leerlingen niet alleen kennis opdoen over een onderwerp, maar ook echt  meer onderzoeksvaardig en informatievaardig worden.

Vraag je daarom bij elke opdracht af welke doelen je wilt bereiken en maak voor elke stap keuzes.
Welke keuzes je kunt maken wordt hieronder stap voor stap beschreven, waarbij gebruik wordt gemaakt van het stappenplan van de Big6. Je kunt ook gebruik maken van de checklist voor het maken van opdrachten op Histoforum Didactiek. 

 

Stap 1 De taakdefinitie

Mijn zoon koos voor het onderwerp ‘de guillotine’. Zo op het oog een tamelijk compacte opdracht die goed te overzien is. Maar is dat ook zo? Hij had de opdracht gekregen zelf hoofd- en deelvragen te bedenken. Maar hoe bedenk je een goede hoofdvraag? Hij had weliswaar een beeld van de guillotine, hij had er wel eens een afbeelding van gezien en wist dat het een valbijl was, maar is dat voldoende om een goede, onderzoekbare hoofdvraag te formuleren? Toen wij samen over de opdracht praatten, werd snel duidelijk dat hij over onvoldoende kennis van de historische context beschikte om een goede hoofdvraag te bedenken. Ook had hij geen kennis van de verschillende soorten onderzoeksvragen, beschrijvende, verklarende, vergelijkende en evaluatieve vragen. En niemand had hem ooit geleerd hoe je bij een hoofdvraag deelvragen moet bedenken.

De docent had er voor kunnen kiezen om zelf een (enkelvoudige) onderzoeksvraag te formuleren, één waarvan hij weet dat deze ook echt voor de leerlingen onderzoekbaar is. Maar als het zijn doelstelling was om leerlingen te leren hoofd- en deelvragen te formuleren had hij de leerlingen waarschijnlijk beter een goed gekozen, informatieve, tekst kunnen voorleggen met de opdracht naar aanleiding hiervan een hoofd- en een of meer deelvragen te bedenken.

Soms leent een onderwerp zich er wel voor om leerlingen zelf vragen te laten bedenken. Hunebedden kan voor veel leerlingen zo'n onderwerp zijn (mogelijk geldt dit niet voor leerlingen wier wieg niet in Nederland stond). Maar dan gaat het wel om eenvoudige, voor de hand liggende vragen als: wat zijn hunebedden, wie heeft ze gemaakt, hoe werden ze gebouwd en waarom. 

Of de leerlingen zelf hoofd- en deelvragen moeten bedenken of deze krijgen aangereikt, in beide gevallen is het goed om de leerlingen expliciet te vragen de kennis die zij al van het onderwerp hebben op een systematische manier in beeld te brengen. Een mindmap (woordspin) is daarbij slechts een van de vele mogelijkheden. Deze stap is noodzakelijk om vervolgens helder te krijgen welke informatie er (nog) nodig is om de deelvragen en tenslotte de hoofdvraag te kunnen beantwoorden. Met andere woorden de leerling moet zijn informatiebehoefte vaststellen. Zeker in de lagere leerjaren is het zinvol om daarvoor in de opdracht aanwijzingen te geven. In de hogere leerjaren kunnen deze aanwijzingen steeds summierder worden om tenslotte geheel achterwege te blijven.

Deze aanwijzingen zijn niet alleen nodig voor een beter eindproduct van het onderzoek, maar ook om de leerlingen inzicht te geven in wat er allemaal komt kijken bij het doen van onderzoek. Om te bereiken dat de leerlingen zich het onderzoeksproces op den duur helemaal eigen maken en internaliseren is het van belang dat zijn leren reflecteren op elke onderzoeksstap. Ook is het belangrijk dat zij inzien hoe belangrijk dit reflecteren is. Onderzoek doen tenslotte een competentie, die niet alleen bestaat uit kennis en vaardigheden, maar ook uit attitude.

 

2. Zoekstrategie

Net als voor bijna alle leerlingen van de generatie Einstein of de Netgeneratie was ook voor mijn zoon internet de belangrijkste informatie bron. Of eigenlijk de enige informatiebron. Hij heeft zich geen moment afgevraagd wat voor zijn onderzoek de beste informatiebronnen zouden zijn. Daarom kan het geen kwaad om in de de opdracht aan dit aspect aandacht te besteden. Laat leerlingen bijvoorbeeld (kort) aangeven welke informatiebronnen zij denken te gaan gebruiken en waarom juist deze.  Dat dwingt hen over dit aspect na te denken. Voor de motivatie is het goed om dit aspect ook mee te nemen in de beoordeling.


De docent van mijn zoon vond het blijkbaar belangrijk dat de leerlingen zelf op zoek gingen naar informatie. Daar is uiteraard niets op tegen, integendeel het is buitengewoon belangrijk dat leerlingen leren of een effectieve manier te zoeken naar informatie. Maar het is wel goed je te realiseren dat internet zowel een een prachtige Fundgrube als een mer à boire is. Het is daarom  belangrijk dat leerlingen leren een goede zoekstrategie te ontwikkelen.  

Om een goede zoekstrategie te kunnen gebruiken moeten leerlingen leren wat goede trefwoorden zijn, en dat het handig is om bijvoorbeeld eerst een artikel op Wikipedia te bekijken om vervolgens op basis van dat artikel het aantal trefwoorden uit te breiden of te verfijnen. Uiteraard moeten leerlingen ook bekend zijn met het gebruik van dubbele aanhalingstekens en het min teken.Daarnaast moeten leerlingen over een behoorlijke basiskennis van  internet beschikken. Zo is het bijvoorbeeld handig te weten dat de extensie 'edu' vaak wijst op een website van een universiteit. Maar even belangrijk is het te weten dat op internet veel van elkaar wordt overgeschreven. Daardoor is er heel vaak geen sprake van verschillende bronnen (zie het
voorbeeld op Histoforum Didactiek). 

Vooral in de lagere leerjaren is het daarom belangrijk om in opdrachten aan deze aspecten expliciet aandacht te besteden. Neem deze aspecten ook mee in de beoordeling en laat leerlingen ook op deze fase reflecteren.

Uiteraard is het niet noodzakelijk dat leerlingen in elke opdracht zelf op zoek moeten naar informatie. Je kunt er als docent ook voor kiezen zelf een selectie van bronnen te maken.

Zie ook de einddoelen informatievaardigheden stap 2

 

Stap 3 verwerven en selecteren van informatie

Als leerlingen zelf informatie moeten zoeken is het belangrijk dat zij leren hoe om informatie op beruikbaarheid en betrouwbaarheid te beoordelen. Dat geldt zeker als zij gebruik maken van informatie op internet. Bij het beoordelen van de bruikbaarheid van bronnen is het belang dat leerlingen zich leren zich te focussen op datgene wat zij echt nodig hebben. In een opdracht kun je een onderdeel opnemen waarin je leerlingen vraagt een beperkt aantal websites te selecteren en te beschrijven op welke deelvraag of voor welk aspect van het onderzoek de website informatie biedt.

Het is minstens zo belangrijk dat leerling leren websites te beoordelen op betrouwbaarheid. Dat is niet alleen nodig omdat er nogal wat onbetrouwbare informatie op internet te vinden is, maar ook omdat het vaak geen eenvoudige opgave is. Veel artikelen op internet bevatten namelijk niet de informatie die nodig is om de autoriteit van de auteur te kunnen vaststellen. Het is daarom zinvol leerlingen geregeld in een opdracht te vragen een aantal door hen gekozen artikelen op internet te beoordelen op betrouwbaarheid aan de hand van een beoordelingsformulier. Op Histoforum vindt u een voorbeeld van een opdracht waarin het accent ligt op het beoordelen van informatie op internet.

Zie ook de einddoelen informatievaardigheden stap 3  

 

Stap 4 Verwerken van de informatie

Voor het analyseren en verwerken van de gevonden informatie kan het nodig zijn, zeker in lagere leerjaren, leerlingen te ondersteunen bij het structureren van het onderzoek. Je kunt bijvoorbeeld in de opdracht een of meer invulschema’s op nemen. Een andere mogelijkheid is gebruik te maken van een meer of minder gedetailleerd stappenplan. 

Zie ook de einddoelen informatievaardigheden stap 4

 

 

Stap 5 Presenteren van de onderzoeksresultaten

Een veel gebruikte manier om de resultaten van een onderzoek te presenteren is het schriftelijk verslag. Om leerlingen hierin vorderingen te laten maken is het goed om in opeenvolgende leerjaren steeds hogere eisen te stellen aan het verslag, bijvoorbeeld voor wat betreft de indeling. Zo kun je in de lagere leerjaren genoegen nemen met een zeer beknopt verslag, terwijl je in de hogere leerjaren van leerlingen eist dat zij een volledig verslag schrijven, inclusief inhoudsopgave, inleiding, samenvatting (of conclusie), paragraafindeling en literatuur vermelding.

Daarnaast kun je niet vroeg genoeg beginnen met het stellen van eisen aan citeren, parafraseren, plagiaat, noten en bronvermelding. Het helpt docenten zowel als leerlingen als hierover op school vakoverstijgende afspraken worden gemaakt. Bijvoorbeeld: elke tekst langer dan vijf zinnen, die integraal van iemand anders wordt overgenomen wordt zonder bronvermelding aangemerkt als plagiaat. Leerlingen weten dan precies waar ze aan toe zijn. Daarnaast is het zinvol als alle docenten zich conformeren aan één, uniforme, manier van bronvermelding. Op Histoforum Didactiek staat een beschrijving van de veel gebruikte APA-norm.

Steeds meer gebruiken leerlingen bij een mondelinge presentatie powerpoint. Vaak zijn ze er voor hun presentatie zozeer van afhankelijk dat ze de helft van de tijd met de rug naar het publiek staan. Ook de kwaliteit van de powerpoint-presentaties laat vaak zeer te wensen over. Niet voor niets zijn daarvoor begrippen bedacht als powerpointless en powerpoint poisoning. Op Histoforum Didactiek staan aanwijzingen voor een goed gebruik van powerpoint. 

Op Histoforum Didactiek staan tips voor een goede presentatie en een rubric voor het beoordelen van een presentatie.

Uiteraard zijn er veel meer mogelijkheden dan een powerpoint presentatie om de resultaten van een onderzoek te presenteren. Enkele voorbeelden:

·         formuleren van een aantal stellingen

·         schrijven van een brochure

·         schrijven van een advies

·         schrijven van een krantenartikel

Zie voor een uitgebreide beschrijving van mogelijkheden de pagina's over webquests op Histoforum, met name de inleiding.

Het resultaat van het onderzoek door leerlingen en met name de kwaliteit van de presentatie zal vaak toenemen als er sprake is van een lesvensechte, authentieke, situatie of als de leerlingen hun presentatie richten op een bepaalde doelgroep.

Zie ook:


Stap 6 Evaluatie

Als het de bedoeling is leerlingen in toenemende mate onderzoeksvaardig en informatievaardig te maken, dan is het onderdeel evaluatie misschien wel het belangrijkste onderdeel. Vraag leerlingen daarom altijd zowel het eindresultaat als de werkwijze te evalueren. In de lagere leerjaren kun je de leerlingen een aantal korte vragen voorleggen over product en proces. In de hogere leerjaren kun je de wijze van evalueren aan de leerlingen zelf ovelatenr, maar vraag hen wel om ook suggesties te doen om een volgende keer het onderzoeksproces beter te laten verlopen.

Zie ook de einddoelen informatievaardigheden stap 6

Tot slot

U kunt voor het maken van opdrachten gebruik maken van een checklist op Histoforum Didactiek, die u ook als excel bestand kunt downloaden. Met deze checklist heeft u meteen een indicatie van de moeilijkheidsgraad van de door u gemaakte opdracht. 

 Informatievaardigheden