Artikelen Lesmateriaal Vaklokaal
|
Einddoelen informatievaardigheden In onderstaand schema staan einddoelen informatievaardigheden met betrekking tot kennis, vaardigheden en attitude. |
Albert van der Kaap, Enschede, albert@vanderkaap.org
Einddoelen informatievaardigheden
| Kennis/Vaardigheden | Houding | |
| 1. Taakdefinitie | De leerling kan de opdracht analyseren (kwantitatief en kwalitatief) | |
| De leerling kan zijn informatiebehoefte vaststellen | De leerling kan omgaan met onzekerheid en twijfel | |
| De leerling kent het verschil tussen hoofd- en deelvragen en kan hoofd- en deelvragen formuleren | De leerling onderkent het belang van goede hoofd- en deelvragen | |
| De leerling kan een hypothese opstellen | ||
| De leerling kent het verschil tussen: | De leerling is bereid kritisch te reflecteren op zijn hoofd- en deelvragen | |
| * beschrijvende vragen | ||
| * verklarende vragen | ||
| * vergelijkende vragen | ||
| * evaluatieve vragen | ||
| De leerling kan een mindmap maken | ||
| 2. Strategieën om informatie te zoeken | De leerling kent verschillende soorten bronnen | De leerling is bereid verschillende bronnen te benutten |
| De leerling kan en is bereid te reflecteren op de keuze van de bronnen | ||
| De leerling kent het verschil tussen primaire en secundaire bronnen | ||
| De leerling is in staat de juiste bronnen, in relatie tot de vraagstelling, te kiezen. Hij gebruikt daartoe relevante criteria | De leerling is kritisch ten aanzien van de keuze van zijn bronnen | |
| De leerling weet of de gekozen bronnen beschikbaar zijn en waar deze te vinden zijn | De leerling kan en is bereid te reflecteren op de gehanteerde zoekstrategie | |
| De leerling kent verschillende mogelijkheden om op internet te zoeken | De leerling kan en is bereid te reflecteren op de gekozen zoektermen | |
| De leerling kan geëigende zoekstrategieën toepassen | ||
| 3. Verwerven en selecteren van informatie | De leerling kent bruikbaarheidcriteria en kan informatie beoordelen op bruikbaarheid | De leerling onderkent het belang van het gebruik van betrouwbare informatie |
| De leerling kent betrouwbaarheidscriteria en kan informatie beoordelen op betrouwbaarheid | De leerling onderkent het belang van het gebruik van informatie uit verschillende soorten bronnen | |
| De leerling kan de gevonden informatie beoordelen op juistheid en volledigheid | De leerling onderkent het belang van het gebruik van juiste informatie | |
| De leerlingen kan de gevonden informatie beoordelen op feit, mening en perspectief/propaganda | De leerling onderkent het belang van het onderscheiden van feiten, mening en propaganda | |
| De leerling kent selectiecriteria en kan een bruikbare/zinvolle selectie maken uit gevonden informatie | De leerling kan en is bereid te reflecteren op de bruikbaarheid van de gevonden informatie | |
| De leerling kan informatie verwerven uit tabellen en grafieken | ||
| De leerlingen kan informatie verwerven uit beeldbronnen, waaronder cartoons | ||
| De leerling kan informatie verwerven uit een enquête | ||
| De leerling kan informatie verwerven uit een interview | ||
| 4. Verwerken van de informatie | De leerling kan de gevonden informatie op een adequate wijze verwerken. | De leerling heeft oog voor kwaliteitscriteria |
| De leerling kan informatie uit een bron samenvatten | ||
| De leerling kan informatie uit een bron parafraseren | ||
| De leerling kan informatie uit bronnen analyseren en schematisch weergeven | ||
| 5. Presenteren van de informatie | De leerling kan de meeste geëigende presentatievorm kiezen | De leerling is bereid zich vragen te stellen met betrekking tot de meest geëigende presentatievorm |
| De leerling kan de resultaten van zijn onderzoek op adequate wijze presenteren en daarbij gebruik maken van geeigende hulpmiddelen (bijvoorbeeld powerpoint) | De leerling ziet het belang van een goede presentatie in | |
| De leerling kan de resultaten van zijn onderzoek mondeling presenteren en daarbij gebruik maken van geëigende hulpmiddelen (bijvoorbeeld powerpoint) | ||
| De leerling weet wat plagiaat is en kent richtlijnen met betrekking tot plagiaat | De leerling is bereid plagiaat te vermijden | |
| De leerling weet aan welke eisen een schriftelijk verslag moet voldoen | De leerling is bereid deze eisen toe te passen | |
| De leerling kan op adequate wijze schriftelijk verslag doen van de resultaten van zijn onderzoek | ||
| De leerling kan onderscheid maken tussen citeren, parafraseren en het gebruiken van informatie | ||
| De leerling kan stellingen formuleren | ||
|
De leerling kan op de juiste wijze
bronnen beschrijven: - juiste bronvermelding als noot in de lopende tekst - juiste bronvermelding in literatuurlijst * boek * artikel in boek of tijdschrift * artikel op internet |
||
| 6. Evaluatie | De leerling kent het stappenplan informatievaardigheden en is in staat dit plan toe te passen. | De leerling is bereid het product en de totstandkoming kritisch te bekijken en daaruit lessen te trekken |
| De leerling kent kwaliteitscriteria en is in staat het product te evalueren | ||
| De leerling kan de totstandkoming van het product evalueren, waarbij aandacht wordt besteed aan alle fasen van het proces | ||
| De leerling is in staat aanbevelingen te doen ter verbetering |

Informatievaardigheden

Informatievaardigheden
Copyright: Albert van der Kaap, 2009